Meter of peter vragen: zo doe je het

In het kort

Vraag het persoonlijk, vertel waarom je juist die persoon kiest en laat ruimte om nee te zeggen. Voor een kerkelijke doop moet een meter of peter minstens 16 jaar zijn en katholiek gedoopt en gevormd; één meter of peter volstaat. Bij een vrijzinnig welkomstfeest kies je vrij hoe je de rol invult.

Iemand vragen om meter of peter te worden doe je het best persoonlijk: bij een bezoek, een wandeling of een etentje, en niet tussen de soep en de patatten op een familiefeest. Vertel waarom je juist die persoon kiest en wat je van hem of haar hoopt. Laat ook ruimte om erover na te denken, of om nee te zeggen. Laat je kind dopen, dan moet de meter of peter volgens de kerk minstens 16 jaar zijn en katholiek gedoopt en gevormd. Eén meter of één peter volstaat. Bij een vrijzinnig welkomstfeest kies je zelf hoe je de rol invult.

Wie kan meter of peter worden?

Bij een kerkelijke doop

De katholieke kerk stelt een paar voorwaarden. Volgens Kerknet moet een meter of peter minstens 16 jaar zijn en katholiek gedoopt en gevormd. De kerk vraagt ook iemand die betrokken is bij het geloof en het kind wil steunen op zijn geloofsweg. Meter en peter zijn volgens Kerknet meer dan getuigen van de doop: ze vertegenwoordigen de kerkgemeenschap en zijn er ook bij op de grote stappen, zoals de eerste communie en het vormsel.

Het kerkelijk wetboek, de Codex van het Canoniek Recht, zegt hoeveel het er mogen zijn: één peter, één meter, of één van elk. Een ouder kan geen meter of peter van zijn eigen kind zijn. Volgens Kerknet hoef je geen peter én meter te kiezen: één van de twee volstaat.

Iemand die gedoopt is in een andere christelijke kerk, kan volgens de Codex alleen samen met een katholieke meter of peter optreden, en dan als getuige van de doop. Twijfel je, vraag het dan aan je parochie voor je iemand vraagt.

Bij een vrijzinnig welkomstfeest

Niet elk kind wordt gedoopt. Het huisvandeMens begeleidt ouders die een vrijzinnig welkomstfeest willen bij een geboorte of adoptie. In zijn brochure voor wie dat zelf organiseert, staat dat er bij welkomstfeesten vaak ook een meter of peter wordt aangesteld. Ouders kunnen die een eigen rol geven, bijvoorbeeld door hen een liedje te laten kiezen of een tekstje te laten schrijven, of door te vertellen waarom ze voor hen kozen.

Wanneer vraag je het?

Een vaste regel is er niet. Praktisch is het om te vragen zodra je weet wanneer de doop of het welkomstfeest plaatsvindt, zodat de meter of peter er zeker bij kan zijn. De kerk nodigt ouders uit om hun kind in het eerste levensjaar te laten dopen. Plan dus wat ruimte in.

Je kunt het al tijdens de zwangerschap vragen of pas na de geboorte. Kies een moment waarop jullie rustig kunnen praten.

Zo vraag je het

Een vraag om meter of peter te worden, is een eer. Je kunt het eenvoudig houden of er een klein moment van maken.

  • Gewoon vragen. Een gesprek met een kop koffie is genoeg. Zeg waarom je aan die persoon dacht.
  • Met een kaart. Schrijf een kaart in naam van de baby, bijvoorbeeld “Wil jij mijn meter zijn?”. Geef ze persoonlijk.
  • Met een klein cadeau. Een foto van de echo of de baby in een kader, een boekje of iets zelfgemaakts met de vraag erin. Hou het klein: het cadeau is de vraag zelf.
  • Samen met de partner. Vraag het als ouders samen, zodat de meter of peter weet dat jullie het allebei willen.

Wat vraag je eigenlijk?

Zeg duidelijk wat je verwacht. Dat verschilt per gezin.

  • In het geloof. Bij een kerkelijke doop help je de ouders bij de geloofsopvoeding. Je bent er bij de doop, de eerste communie en het vormsel.
  • In het leven van het kind. Misschien hoop je vooral op iemand die er is: op verjaardagen, op nieuwjaar, als het kind eens met iemand anders dan de ouders wil praten.
  • Op vaste momenten. Op 1 januari leest een kind in Vlaanderen zijn nieuwjaarsbrief voor aan zijn ouders, zijn meter, zijn peter en soms zijn grootouders. Welke cadeaus daarbij horen, lees je in meter en peter: welk cadeau geef je wanneer?

Vertel ook wat je níet verwacht. Een meter of peter die weet dat er geen dure cadeaus nodig zijn, zegt sneller ja.

Als iemand nee zegt

Het kan gebeuren. Iemand twijfelt of hij de rol waar kan maken, woont ver weg of gelooft niet en wil daarom niet meedoen aan een kerkelijke doop. Neem het niet persoonlijk. Een eerlijk nee is beter dan een ja waar iemand later spijt van heeft. Bedank voor de openheid en vraag of die persoon op een andere manier betrokken wil zijn.

Later een nieuwe meter of peter?

Is de meter of peter overleden, of is het contact verbroken, dan kunnen ouders volgens Kerknet een nieuwe meter of peter aanduiden. De oorspronkelijke meter of peter blijft wel in het doopregister staan. In de marge kan de parochie noteren dat iemand anders vanaf een bepaalde datum als meter of peter geldt. Ook die nieuwe meter of peter moet minstens 16 zijn en katholiek gedoopt en gevormd. De vraag leg je voor aan de parochie waar het kind gedoopt werd.

Checklist voor je het vraagt

  • Weet je of het een kerkelijke doop of een welkomstfeest wordt?
  • Voldoet de persoon aan de voorwaarden van de parochie, als het een doop is?
  • Weet je waarom je juist deze persoon kiest?
  • Heb je bedacht wat je van de meter of peter verwacht, en wat niet?
  • Laat je ruimte om nee te zeggen?

Veelgestelde vragen

Mag je twee meters of twee peters kiezen?

Bij een kerkelijke doop niet: volgens de Codex is het één peter, één meter of één van elk. Bij een vrijzinnig welkomstfeest beslissen de ouders zelf hoe ze de rol invullen.

Mag een broer of zus van 14 peter of meter worden?

Bij een kerkelijke doop moet een meter of peter minstens 16 zijn. Volgens de Codex kan de bisschop een andere leeftijd vastleggen en kan de pastoor om een goede reden een uitzondering toestaan. Vraag het dus na bij de parochie.

Moet de meter of peter gelovig zijn?

Bij een kerkelijke doop wel: katholiek gedoopt en gevormd, en betrokken bij het geloof. Bij een vrijzinnig welkomstfeest kiezen de ouders zelf wie ze vragen.

Is een meter of peter automatisch voogd?

Wie voogd wordt, regel je apart, met een verklaring bij de vrederechter, bij een notaris of in een testament.

Bronnen